In
1997 komt Casper van de Salahomborgh in ons leven. Casper is een
standaard ruwhaar teckel. Casper is een prachtige hond met een super
karakter. Door Casper raken wij besmet met het teckelvirus. Na Casper
volgen Bertus (Kunebert van Sovenhare) en Dievertje (Dievertje van de
Wingerd). Met Dievertje wordt in 2000 ons eerste nestje gefokt.
In 2004 krijgt
Dievertje haar derde nestje, de reu is Suddebok Voronoff. Uit dit nest
komen 3 tophonden, Finn-Flemming (W' 2005),
Fitou (waarop wij onze fokkerij verder willen bouwen) en Falcon.
Falcon gaat naar Denemarken, naar kennel Tau en wordt uitgebracht in
bijna alle Europese landen. In bijna alle landen behaald hij
kampioenschappen (CAC-CACIB) en wordt internationaal
schoonheidskampioen.
Wij zijn Marie-Ange en Caroline Bourdy (Kennel Suddebok-Kobeddus) nog
steeds dankbaar, dat zij ons met deze geweldige reu op weg hebben
geholpen.
Nu, 10 jaar later, fokken wij nog steeds op bescheiden schaal.
|
Wij vinden
het belangrijk om een
evenwichtige teckel te fokken, een teckel die zijn mannetje staat in de
meest uiteenlopende situaties.
De werpkist staat in de woonkamer, de puppen zullen op deze manier
snel wennen aan diverse onbekende geuren en geluiden. Regelmatig zullen
de puppen door onze handen gaan, waardoor ze wennen aan contact met
ons. Voor de moederhond is het op deze manier ook vertrouwd.
In het nest beginnen wij al met het socialiseren van de puppen, door ze
al vroeg te laten wennen aan diverse geluiden, mensen, zowel
volwassenen als
kinderen. De puppen gaan mee naar buiten en raken zo gewend aan andere
geluiden, geuren, planten e.d.. De pup krijgt zo de gelegenheid om
zelfstandig of samen met zijn nestgenootjes nieuwe dingen te ontdekken.
Vanzelfsprekend vinden wij ook de nazorg van de puppen. We
zullen de nieuwe eigenaren ten allen tijde met raad bijstaan.
Als het niet goed gaat, dan kan men altijd een beroep op ons doen. Maar
ook als het goed gaat dan horen wij dat graag.
|
|